Wednesday, June 25, 2014

ICT in de praktijk

Eerst heb ik me vooral beziggehouden met een blog, dingen die passen bij het vak Nederlands (boeken, filmpjes e.d.) en toen heb ik gekeken wat ik kan gebruiken in de les. Nu komt echter het deel waar ik zelf ook iets heb uitgeprobeerd in de praktijk.

Wat heb ik gedaan met mijn eigen leerlingen?
Ik heb een weblog aangemaakt met een account voor elke leerling in mijn klas. Uiteraard begon ik de eerste les met uitleggen wat een blog eigenlijk is. In de eerste les heb ik hen ook een opdracht laten maken bij het onderdeel schrijven die aansloot bij de lesmethode, maar dan moesten ze deze op de blog plaatsen. Dat heb ik gedaan zodat ze de tweede les hun eigen teksten konden gebruiken voor de volgende opdracht: grammatica. Ze moesten de woordsoorten zoeken in de schrijfopdrachten van hun buurman/-vrouw. Dit zodat de schrijfopdracht niet zomaar een opdracht is om te oefenen, die verder nooit meer gebruikt wordt. De opdrachten zo aan elkaar koppelen heeft nog veel meer mogelijkheden. Ik heb ervoor gekozen om dat niet steeds opnieuw te doen, omdat ik dan óf veel meer schrijfopdrachten moest doen óf steeds dezelfde schrijfopdracht moest laten gebruiken voor de andere opdracht en dat is na een tijdje ook niet zo interessant meer.
Ook was het de bedoeling dat de leerlingen inhoudelijke feedback gaven op de schrijfopdracht (een e-mail schrijven). Ze moesten op elkaar reageren of de e-mail aan de eisen voldoet volgens de geleerde theorie. Helaas was daar geen tijd meer voor.

Bij deze eerste twee lessen/opdrachten heb ik klassikale uitleg en instructie gegeven. Dit bleek niet zo handig te zijn, omdat iedere leerling op zijn eigen tempo werkt. Als ik stap voor stap instructie geef, zit de ene leerling misschien heel lang te zoeken naar dat knopje, terwijl de andere leerling er allang op heeft geklikt en zit te wachten tot zijn klasgenoten dat ook hebben gedaan en we weer verdergaan. Om die reden, en op aanraden van mijn vakcoach, heb ik een boekje ontworpen. In dit boekje staat van elke les wat er moet gebeuren en hoe dat moet. Hier een plaatje om je een beeld te geven van het instructieboekje (klik op het plaatje om het te vergroten):

De volgende opdracht die de leerlingen kregen hoorde bij leesvaardigheid. In het boekje had ik een tekst geplaatst met vragen. De tekst ging over een school en over Justin Bieber; ik dacht dat dit wel zou aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen. De antwoorden op mijn vragen moesten ze weer plaatsen op hun eigen blog.

Vervolgens kwam een les spelling. Ik had zelf vier opdrachten gemaakt bij de spellingtheorie die ze tot dan toe hadden geleerd. Deze opdrachten heb ik zelf gepost op de blog. De opdrachten bevatten artikelen van internet (dit waren vooral grappige artikelen waarvan ik dacht dat het hen wel aan zou spreken) die ik een beetje had aangepast. Zo heb ik bij een artikel de leestekens weggehaald, die de leerlingen weer moesten plaatsen. Ze moesten in een nieuwe post het artikel kopiëren en de opdracht daarop toepassen.

Als laatste postte ik een opdracht die ze konden maken als ze klaar waren, namelijk deze blog van mij bekijken, een artikel lezen en erop reageren. Ik was namelijk erg benieuwd hoe zij over bepaalde dingen dachten! Helaas heeft geen van mijn leerlingen dit gedaan.

Nu je er zoveel over gelezen hebt, ben je vast benieuwd en wil je de weblog zelf ook bekijken. Klik hier om naar de weblog te gaan van klas B1G van Insula College Koningstraat 2013-2014. Je kunt hier mijn opdrachten met de uitwerkingen van de leerlingen vinden.

Terugblik:
De leerlingen vonden het erg leuk om hun opdrachten bij te houden op een blog. De volgende les vroegen ze steeds: "Gaan we vandaag weer naar het computerlokaal?" "Gaan we weer verder met de blog?". Het was voor mij erg leuk om te zien hoe enthousiast de leerlingen waren! Naast het feit dat ze het leuk vonden, werkt het ook als een stok achter de deur dat iedereen kan zien wat ze hebben geplaatst: zo kunnen docent en klasgenoten het ook zien als iemand zijn huiswerk niet heeft gemaakt...
Daarnaast was het voor mij als docent ook een confrontatie. Ik heb het instructieboekje zelf gemaakt: naar mijn idee was het waterdicht, maar ik kreeg toch nog vele vragen over de opdrachten of de weblog. Hoewel sommige vragen ook kwamen, omdat de leerlingen niet goed gelezen hadden...

Wat zou ik volgende keer anders doen?
Ik wilde de leerlingen bij sommige opdrachten elkaars werk laten nakijken. Natuurlijk is dat goed, maar als ze dat verkeerd doen leert de leerling die de opdracht fout gemaakt heeft nog steeds niet hoe het dan wel moet. Ik had de opdracht ook zelf moeten nakijken.
Voor de docent is het namelijk erg handig dat je thuis het huiswerk van de leerlingen kunt bekijken. Je kunt zien of ze het netjes gemaakt hebben, maar ook of ze dat goed hebben gedaan. Zo weet je thuis al, bij het voorbereiden van de les, wat de leerlingen nog niet goed hebben begrepen en kun je daar in je les extra uitleg over geven. Dit is erg handig; normaal kom je er bij het voorkennis ophalen of huiswerk nakijken pas achter of de leerlingen het wel goed begrepen hebben en dan ook alleen maar als de leerling een vraag stelt of jij toevallig die leerling een beurt geeft.
Als ik dit volgend schooljaar weer gebruik, wil ik het op deze manier doen, ook al kost dat wel meer voorbereiding.

Ook moet ik er goed op letten of iedereen de opdracht op zijn blog heeft geplaatst en als dat niet het geval is moet ik daar ook consequenties aan hangen. Wanneer dat niet het geval is, is de stok achter de deur weg. Natuurlijk kunnen docent en klasgenoten het nog steeds zien, maar als die het niet erg lijken te vinden, werkt het niet.

Ik heb dit keer maar één keer hun eigen teksten kunnen hergebruiken, namelijk bij schrijven/grammatica. Hoe had ik dat anders kunnen doen? Het is een idee om elk hoofdstuk te beginnen met schrijven, dan kun je die tekst daarna gebruiken voor lezen, spelling, grammatica e.d. (afhankelijk van de schrijfopdracht).

Voor lezen of fictie kun je op de blog verwijzen naar artikelen of filmpjes op het internet. Dat is veel leuker dan het artikel in het boekje waar ze de standaardvragen over moeten beantwoorden...

Als docent kun je ook een casus aan de orde stellen in een post, waarop de leerlingen in een reactie hun mening kunnen geven; dan wordt het een soort forum.

Volgend schooljaar wil ik alsnog tegen de leerlingen zeggen: "Als je klaar bent, ga dan naar deze website en reageer op dit artikel." Zo krijg ik alsnog reacties van mijn leerlingen en weet ik wat zij ervan vinden. Als ik de dingen waarover ik geschreven heb op mijn blog, wil gebruiken in de praktijk, is het belangrijk te weten wat mijn leerlingen daarover denken.

De presentatie
Veel van het bovenstaande heb ik afgelopen week verteld in mijn presentatie op de hogeschool.
Natuurlijk heb ik ook gekeken en geluisterd naar presentaties van mijn medestudenten. Ik heb daarbij veel inspiratie opgedaan - een aantal dingen daarvan wil ik volgend schooljaar zeker toepassen in de praktijk.

Als eerste Socrative, natuurlijk had ik dit zelf ook al bekeken, maar ik heb het nog niet uitgeprobeerd in de praktijk. Volgens mijn klasgenoten is het zeer gebruiksvriendelijk en makkelijk voor onszelf als docent en vinden de leerlingen het leuk omdat ze hun smartphone mogen gebruiken in de les en omdat het een soort spelletje is. Het is ook heel fijn, omdat elke leerling antwoord geeft, zonder dat de klas rumoerig wordt zoals bij een gesprek. Eén van mijn klasgenoten gebruikte Socrative om voorkennis op te halen, zodat je kan inspelen op dat wat ze niet meer goed weten. Zelf denk ik alleen dat je dan niet door kan met je les, omdat je dan eerst de antwoorden moet bekijken. Daarom zou ik het zelf liever bewaren voor de afsluiting van een les, zodat je thuis rustig de antwoorden van je leerlingen door kunt nemen.
Een leerling zei over Socrative: "Het blijft werkwoordspelling, maar de manier waarop we ermee oefenen is nu in ieder geval leuker."
Een andere leerling: "Hee! Eigenlijk is Nederlands wel leuk!"

Hoe je goed moet zoeken met Google hebben een paar medestudenten ook behandeld met hun leerlingen. Zelf heb ik in de lesmethode van mijn stageschool wel een paragraaf gezien die ging over informatie zoeken, maar die gaf alleen websites als Google en Kennisnet. Hóe je dan eigenlijk moet zoeken als je eenmaal op de site bent, daar wordt niet op ingegaan. Het is dus wel degelijk heel goed om zelf aandacht hieraan te besteden, want de methode doet het niet. Er zijn ook maar weinig mensen die weten hoe je echt goed kunt zoeken op Google, ikzelf wist het ook niet voor ik het leerde bij dit vak. Ik gebruik het nu vaker als ik iets zoek en ook je leerlingen zullen vast blij zijn dat ze het daarna kunnen. Het is goed bruikbaar bij alle vakken en ook buiten school.

Er was ook een presentatie over het gebruik van Fakebook en Twister - nepversies van Facebook en Twitter. Dit sluit héél goed aan bij de belevingswereld van de leerlingen en wil ik daarom ook zeker gaan inzetten op mijn nieuwe stage volgend jaar. Hoe wil ik dat doen? Het is vooral goed toe te passen op het fictieonderwijs. Op dit moment moeten vele leerlingen een boekverslag maken dat ze vaak geheel van internet plukken. Je kunt je leerlingen een Fakebook laten maken van de schrijver van hun boek. Veel informatie kunnen ze dan ook van internet plukken, maar ze doen er dan in ieder geval meer mee dan alleen knippen en plakken. De leerlingen kunnen op de Fakebook van de schrijver berichten plaatsen over het boek. Je kunt je leerlingen ook de opdracht geven om tijdens het lezen belangrijke uitspraken of gebeurtenissen te plaatsen op de Fakebook of Twister van een personage uit het boek. Ik denk dat de leerlingen zelf dit leuk vinden en voor mij als docent is het handig omdat ik dan precies weet welke leerlingen op dat moment ook echt bezig zijn met het lezen van het boek.

Ik kijk ernaar uit om volgend schooljaar een of meerdere van deze opties toe te passen en ben erg benieuwd naar de uitwerking ervan en de mening van mijn leerlingen hierover!

Interactief lesgeven

Er zijn verschillende manieren om je leerlingen te betrekken bij je les, om te zorgen dat zij nog actiever meedoen dan normaal door allemaal je vraag te beantwoorden. Sommige docenten gaan een gesprek aan met de leerlingen. Het is natuurlijk heel goed om interactie in je les te verwerken - maar met een gesprek is het altijd maar een beperkt aantal leerlingen dat eraan deelneemt. Degenen die enthousiast hun vinger opsteken krijgen de beurt en de rest zit er voor spek en bonen bij. Nou ja, dit is misschien wat te dramatisch - wat ik wil zeggen is dat nooit de gehele klas actief deelneemt aan het klassengesprek. Er zijn verschillende manieren om te zorgen dat dit wel gebeurt, om te zorgen dat elke leerling meedenkt en antwoord geeft. Ik ga het hier hebben over twee vormen die mij het meest aanspreken.

Socrative is een programma waarbij je als docent een of meerdere vragen in kunt voeren, je leerlingen kunnen op hun mobiel naar de site of app gaan en daar de vragen beantwoorden. Na afloop krijg je een rapport: een excelbestand waarin de antwoorden van de leerlingen staan. In dit bestand zijn de goede antwoorden groen en de foute antwoorden rood. Zo kun je in één oogopslag zien wat de leerlingen nog niet goed beheersen en wat je dus extra aandacht moet geven in de les. Naast deze nuttige uitkomst voor de docent is Socrative ook aan te raden omdat de leerlingen het léuk vinden. Voor hen is het een feestje, als het 'legaal' is om tijdens de les hun mobiel te gebruiken. Daarnaast is het een soort quiz, wat leerlingen ook vaak leuk vinden. Wanneer je ervoor kiest om hun antwoorden op de beamer te laten zien, worden ze ook competetief. Ze willen namelijk allemaal aan de klas laten zien dat ze het weten. Wanneer je ervoor hebt gekozen om open vragen te gebruiken en de leerlingen vraagt naar hun mening, kun je het ook op de beamer laten zien en daarna in discussie gaan over de antwoorden. Je kunt er ook voor kiezen om hun antwoorden niet te delen, omdat sommige leerlingen misschien niet willen dat anderen het lezen.
(Hier kun je lezen hoe het in z'n werk gaat om de Socrativequiz te maken)

Answergarden is ook een leuke tool. Hierbij kun je één vraag stellen en je leerlingen kunnen er een antwoord intypen. De antwoorden verschijnen allemaal bij elkaar in één veld. Antwoorden die meerdere keren gegeven zijn worden groter dan antwoorden die weinig gegeven zijn. als je met je muis op het woord gaat staan kun je zien hoeveel leerlingen precies dat antwoord ingevoerd hebben.

In onderstaand filmpje wordt uitgelegd hoe Answergarden werkt. Het is wel in het Engels...

Ik vind het allebei erg leuke tools die goed bruikbaar zijn.
Hoe weet je nou welke je moet kiezen?
- Bij Answergarden kun je maar één vraag tegelijk stellen (meerdere vragen betekent meerdere gardens) en bij Socrative kun je er meerdere stellen. Socrative is vergelijkbaar met een quiz of enquête.
- Bij Socrative zie je per leerling de naam staan. Voor jou handig om te weten wie wat nog niet goed beheerst, maar minder snel klassikaal in te zetten. Omdat Answergarden anoniem is, kun je klassikaal de antwoorden bespreken. Je weet niet wie het fout of goed had, maar als je de foute antwoorden bespreekt leert iedereen ervan, omdat ze er nog eens extra over na moeten denken - en degenen die het wel fout hadden horen meteen het goede antwoord met de uitleg van hun medeleerling.
- Bij Socrative kun je kiezen voor multiplechoicevragen, maar je kunt ook open vragen doen, waarbij de leerlingen dan hele zinnen in kunnen typen als antwoord. Bij Answergarden kan het antwoord maar maximaal 20 tekens zijn.

Ik hoop dat ik met deze informatie en de vergelijking tussen beide tools een idee heb gegeven welke het meest bruikbaar is in je les. Veel plezier en succes met het uitproberen in de praktijk ;)