Wednesday, June 25, 2014

ICT in de praktijk

Eerst heb ik me vooral beziggehouden met een blog, dingen die passen bij het vak Nederlands (boeken, filmpjes e.d.) en toen heb ik gekeken wat ik kan gebruiken in de les. Nu komt echter het deel waar ik zelf ook iets heb uitgeprobeerd in de praktijk.

Wat heb ik gedaan met mijn eigen leerlingen?
Ik heb een weblog aangemaakt met een account voor elke leerling in mijn klas. Uiteraard begon ik de eerste les met uitleggen wat een blog eigenlijk is. In de eerste les heb ik hen ook een opdracht laten maken bij het onderdeel schrijven die aansloot bij de lesmethode, maar dan moesten ze deze op de blog plaatsen. Dat heb ik gedaan zodat ze de tweede les hun eigen teksten konden gebruiken voor de volgende opdracht: grammatica. Ze moesten de woordsoorten zoeken in de schrijfopdrachten van hun buurman/-vrouw. Dit zodat de schrijfopdracht niet zomaar een opdracht is om te oefenen, die verder nooit meer gebruikt wordt. De opdrachten zo aan elkaar koppelen heeft nog veel meer mogelijkheden. Ik heb ervoor gekozen om dat niet steeds opnieuw te doen, omdat ik dan óf veel meer schrijfopdrachten moest doen óf steeds dezelfde schrijfopdracht moest laten gebruiken voor de andere opdracht en dat is na een tijdje ook niet zo interessant meer.
Ook was het de bedoeling dat de leerlingen inhoudelijke feedback gaven op de schrijfopdracht (een e-mail schrijven). Ze moesten op elkaar reageren of de e-mail aan de eisen voldoet volgens de geleerde theorie. Helaas was daar geen tijd meer voor.

Bij deze eerste twee lessen/opdrachten heb ik klassikale uitleg en instructie gegeven. Dit bleek niet zo handig te zijn, omdat iedere leerling op zijn eigen tempo werkt. Als ik stap voor stap instructie geef, zit de ene leerling misschien heel lang te zoeken naar dat knopje, terwijl de andere leerling er allang op heeft geklikt en zit te wachten tot zijn klasgenoten dat ook hebben gedaan en we weer verdergaan. Om die reden, en op aanraden van mijn vakcoach, heb ik een boekje ontworpen. In dit boekje staat van elke les wat er moet gebeuren en hoe dat moet. Hier een plaatje om je een beeld te geven van het instructieboekje (klik op het plaatje om het te vergroten):

De volgende opdracht die de leerlingen kregen hoorde bij leesvaardigheid. In het boekje had ik een tekst geplaatst met vragen. De tekst ging over een school en over Justin Bieber; ik dacht dat dit wel zou aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen. De antwoorden op mijn vragen moesten ze weer plaatsen op hun eigen blog.

Vervolgens kwam een les spelling. Ik had zelf vier opdrachten gemaakt bij de spellingtheorie die ze tot dan toe hadden geleerd. Deze opdrachten heb ik zelf gepost op de blog. De opdrachten bevatten artikelen van internet (dit waren vooral grappige artikelen waarvan ik dacht dat het hen wel aan zou spreken) die ik een beetje had aangepast. Zo heb ik bij een artikel de leestekens weggehaald, die de leerlingen weer moesten plaatsen. Ze moesten in een nieuwe post het artikel kopiëren en de opdracht daarop toepassen.

Als laatste postte ik een opdracht die ze konden maken als ze klaar waren, namelijk deze blog van mij bekijken, een artikel lezen en erop reageren. Ik was namelijk erg benieuwd hoe zij over bepaalde dingen dachten! Helaas heeft geen van mijn leerlingen dit gedaan.

Nu je er zoveel over gelezen hebt, ben je vast benieuwd en wil je de weblog zelf ook bekijken. Klik hier om naar de weblog te gaan van klas B1G van Insula College Koningstraat 2013-2014. Je kunt hier mijn opdrachten met de uitwerkingen van de leerlingen vinden.

Terugblik:
De leerlingen vonden het erg leuk om hun opdrachten bij te houden op een blog. De volgende les vroegen ze steeds: "Gaan we vandaag weer naar het computerlokaal?" "Gaan we weer verder met de blog?". Het was voor mij erg leuk om te zien hoe enthousiast de leerlingen waren! Naast het feit dat ze het leuk vonden, werkt het ook als een stok achter de deur dat iedereen kan zien wat ze hebben geplaatst: zo kunnen docent en klasgenoten het ook zien als iemand zijn huiswerk niet heeft gemaakt...
Daarnaast was het voor mij als docent ook een confrontatie. Ik heb het instructieboekje zelf gemaakt: naar mijn idee was het waterdicht, maar ik kreeg toch nog vele vragen over de opdrachten of de weblog. Hoewel sommige vragen ook kwamen, omdat de leerlingen niet goed gelezen hadden...

Wat zou ik volgende keer anders doen?
Ik wilde de leerlingen bij sommige opdrachten elkaars werk laten nakijken. Natuurlijk is dat goed, maar als ze dat verkeerd doen leert de leerling die de opdracht fout gemaakt heeft nog steeds niet hoe het dan wel moet. Ik had de opdracht ook zelf moeten nakijken.
Voor de docent is het namelijk erg handig dat je thuis het huiswerk van de leerlingen kunt bekijken. Je kunt zien of ze het netjes gemaakt hebben, maar ook of ze dat goed hebben gedaan. Zo weet je thuis al, bij het voorbereiden van de les, wat de leerlingen nog niet goed hebben begrepen en kun je daar in je les extra uitleg over geven. Dit is erg handig; normaal kom je er bij het voorkennis ophalen of huiswerk nakijken pas achter of de leerlingen het wel goed begrepen hebben en dan ook alleen maar als de leerling een vraag stelt of jij toevallig die leerling een beurt geeft.
Als ik dit volgend schooljaar weer gebruik, wil ik het op deze manier doen, ook al kost dat wel meer voorbereiding.

Ook moet ik er goed op letten of iedereen de opdracht op zijn blog heeft geplaatst en als dat niet het geval is moet ik daar ook consequenties aan hangen. Wanneer dat niet het geval is, is de stok achter de deur weg. Natuurlijk kunnen docent en klasgenoten het nog steeds zien, maar als die het niet erg lijken te vinden, werkt het niet.

Ik heb dit keer maar één keer hun eigen teksten kunnen hergebruiken, namelijk bij schrijven/grammatica. Hoe had ik dat anders kunnen doen? Het is een idee om elk hoofdstuk te beginnen met schrijven, dan kun je die tekst daarna gebruiken voor lezen, spelling, grammatica e.d. (afhankelijk van de schrijfopdracht).

Voor lezen of fictie kun je op de blog verwijzen naar artikelen of filmpjes op het internet. Dat is veel leuker dan het artikel in het boekje waar ze de standaardvragen over moeten beantwoorden...

Als docent kun je ook een casus aan de orde stellen in een post, waarop de leerlingen in een reactie hun mening kunnen geven; dan wordt het een soort forum.

Volgend schooljaar wil ik alsnog tegen de leerlingen zeggen: "Als je klaar bent, ga dan naar deze website en reageer op dit artikel." Zo krijg ik alsnog reacties van mijn leerlingen en weet ik wat zij ervan vinden. Als ik de dingen waarover ik geschreven heb op mijn blog, wil gebruiken in de praktijk, is het belangrijk te weten wat mijn leerlingen daarover denken.

De presentatie
Veel van het bovenstaande heb ik afgelopen week verteld in mijn presentatie op de hogeschool.
Natuurlijk heb ik ook gekeken en geluisterd naar presentaties van mijn medestudenten. Ik heb daarbij veel inspiratie opgedaan - een aantal dingen daarvan wil ik volgend schooljaar zeker toepassen in de praktijk.

Als eerste Socrative, natuurlijk had ik dit zelf ook al bekeken, maar ik heb het nog niet uitgeprobeerd in de praktijk. Volgens mijn klasgenoten is het zeer gebruiksvriendelijk en makkelijk voor onszelf als docent en vinden de leerlingen het leuk omdat ze hun smartphone mogen gebruiken in de les en omdat het een soort spelletje is. Het is ook heel fijn, omdat elke leerling antwoord geeft, zonder dat de klas rumoerig wordt zoals bij een gesprek. Eén van mijn klasgenoten gebruikte Socrative om voorkennis op te halen, zodat je kan inspelen op dat wat ze niet meer goed weten. Zelf denk ik alleen dat je dan niet door kan met je les, omdat je dan eerst de antwoorden moet bekijken. Daarom zou ik het zelf liever bewaren voor de afsluiting van een les, zodat je thuis rustig de antwoorden van je leerlingen door kunt nemen.
Een leerling zei over Socrative: "Het blijft werkwoordspelling, maar de manier waarop we ermee oefenen is nu in ieder geval leuker."
Een andere leerling: "Hee! Eigenlijk is Nederlands wel leuk!"

Hoe je goed moet zoeken met Google hebben een paar medestudenten ook behandeld met hun leerlingen. Zelf heb ik in de lesmethode van mijn stageschool wel een paragraaf gezien die ging over informatie zoeken, maar die gaf alleen websites als Google en Kennisnet. Hóe je dan eigenlijk moet zoeken als je eenmaal op de site bent, daar wordt niet op ingegaan. Het is dus wel degelijk heel goed om zelf aandacht hieraan te besteden, want de methode doet het niet. Er zijn ook maar weinig mensen die weten hoe je echt goed kunt zoeken op Google, ikzelf wist het ook niet voor ik het leerde bij dit vak. Ik gebruik het nu vaker als ik iets zoek en ook je leerlingen zullen vast blij zijn dat ze het daarna kunnen. Het is goed bruikbaar bij alle vakken en ook buiten school.

Er was ook een presentatie over het gebruik van Fakebook en Twister - nepversies van Facebook en Twitter. Dit sluit héél goed aan bij de belevingswereld van de leerlingen en wil ik daarom ook zeker gaan inzetten op mijn nieuwe stage volgend jaar. Hoe wil ik dat doen? Het is vooral goed toe te passen op het fictieonderwijs. Op dit moment moeten vele leerlingen een boekverslag maken dat ze vaak geheel van internet plukken. Je kunt je leerlingen een Fakebook laten maken van de schrijver van hun boek. Veel informatie kunnen ze dan ook van internet plukken, maar ze doen er dan in ieder geval meer mee dan alleen knippen en plakken. De leerlingen kunnen op de Fakebook van de schrijver berichten plaatsen over het boek. Je kunt je leerlingen ook de opdracht geven om tijdens het lezen belangrijke uitspraken of gebeurtenissen te plaatsen op de Fakebook of Twister van een personage uit het boek. Ik denk dat de leerlingen zelf dit leuk vinden en voor mij als docent is het handig omdat ik dan precies weet welke leerlingen op dat moment ook echt bezig zijn met het lezen van het boek.

Ik kijk ernaar uit om volgend schooljaar een of meerdere van deze opties toe te passen en ben erg benieuwd naar de uitwerking ervan en de mening van mijn leerlingen hierover!

Interactief lesgeven

Er zijn verschillende manieren om je leerlingen te betrekken bij je les, om te zorgen dat zij nog actiever meedoen dan normaal door allemaal je vraag te beantwoorden. Sommige docenten gaan een gesprek aan met de leerlingen. Het is natuurlijk heel goed om interactie in je les te verwerken - maar met een gesprek is het altijd maar een beperkt aantal leerlingen dat eraan deelneemt. Degenen die enthousiast hun vinger opsteken krijgen de beurt en de rest zit er voor spek en bonen bij. Nou ja, dit is misschien wat te dramatisch - wat ik wil zeggen is dat nooit de gehele klas actief deelneemt aan het klassengesprek. Er zijn verschillende manieren om te zorgen dat dit wel gebeurt, om te zorgen dat elke leerling meedenkt en antwoord geeft. Ik ga het hier hebben over twee vormen die mij het meest aanspreken.

Socrative is een programma waarbij je als docent een of meerdere vragen in kunt voeren, je leerlingen kunnen op hun mobiel naar de site of app gaan en daar de vragen beantwoorden. Na afloop krijg je een rapport: een excelbestand waarin de antwoorden van de leerlingen staan. In dit bestand zijn de goede antwoorden groen en de foute antwoorden rood. Zo kun je in één oogopslag zien wat de leerlingen nog niet goed beheersen en wat je dus extra aandacht moet geven in de les. Naast deze nuttige uitkomst voor de docent is Socrative ook aan te raden omdat de leerlingen het léuk vinden. Voor hen is het een feestje, als het 'legaal' is om tijdens de les hun mobiel te gebruiken. Daarnaast is het een soort quiz, wat leerlingen ook vaak leuk vinden. Wanneer je ervoor kiest om hun antwoorden op de beamer te laten zien, worden ze ook competetief. Ze willen namelijk allemaal aan de klas laten zien dat ze het weten. Wanneer je ervoor hebt gekozen om open vragen te gebruiken en de leerlingen vraagt naar hun mening, kun je het ook op de beamer laten zien en daarna in discussie gaan over de antwoorden. Je kunt er ook voor kiezen om hun antwoorden niet te delen, omdat sommige leerlingen misschien niet willen dat anderen het lezen.
(Hier kun je lezen hoe het in z'n werk gaat om de Socrativequiz te maken)

Answergarden is ook een leuke tool. Hierbij kun je één vraag stellen en je leerlingen kunnen er een antwoord intypen. De antwoorden verschijnen allemaal bij elkaar in één veld. Antwoorden die meerdere keren gegeven zijn worden groter dan antwoorden die weinig gegeven zijn. als je met je muis op het woord gaat staan kun je zien hoeveel leerlingen precies dat antwoord ingevoerd hebben.

In onderstaand filmpje wordt uitgelegd hoe Answergarden werkt. Het is wel in het Engels...

Ik vind het allebei erg leuke tools die goed bruikbaar zijn.
Hoe weet je nou welke je moet kiezen?
- Bij Answergarden kun je maar één vraag tegelijk stellen (meerdere vragen betekent meerdere gardens) en bij Socrative kun je er meerdere stellen. Socrative is vergelijkbaar met een quiz of enquête.
- Bij Socrative zie je per leerling de naam staan. Voor jou handig om te weten wie wat nog niet goed beheerst, maar minder snel klassikaal in te zetten. Omdat Answergarden anoniem is, kun je klassikaal de antwoorden bespreken. Je weet niet wie het fout of goed had, maar als je de foute antwoorden bespreekt leert iedereen ervan, omdat ze er nog eens extra over na moeten denken - en degenen die het wel fout hadden horen meteen het goede antwoord met de uitleg van hun medeleerling.
- Bij Socrative kun je kiezen voor multiplechoicevragen, maar je kunt ook open vragen doen, waarbij de leerlingen dan hele zinnen in kunnen typen als antwoord. Bij Answergarden kan het antwoord maar maximaal 20 tekens zijn.

Ik hoop dat ik met deze informatie en de vergelijking tussen beide tools een idee heb gegeven welke het meest bruikbaar is in je les. Veel plezier en succes met het uitproberen in de praktijk ;)

Monday, March 31, 2014

Mindmappen

Mindmappen, wat is dat eigenlijk? Het klinkt best wel moeilijk, maar dat is het niet! Het is namelijk een woordweb, maar dan met leuke kleurtjes en plaatjes, die het nog overzichtelijker maken. Het helpt leerlingen om hele lappen tekst kleiner en overzichtelijker te maken, zodat het makkelijker is om te leren. Zelf heb ik het leren kennen op de middelbare school. Ik vond het erg handig en het was ook nog eens leuk om te doen. Het kost wel wat tijd, maar als de leerlingen het leuk vinden om te doen geeft dat niet. De leerlingen leren uiteraard ook van het maken van de mindmap. Het is wel leuker dan het schrijven van een saaie tekst, waarin niet meteen de belangrijkste dingen zichtbaar worden. Bij een tekst hebben leerlingen vaak de neiging om te veel dingen erin te zetten, bij een mindmap kan dat niet. Bij een vertakking is het de bedoeling dat er steeds maar één of een aantal woorden staat. Het is daarom ook meteen een verdieping van de leerstof: kan de leerling zien wat de essentie is, wat de belangrijkste begrippen zijn?
De mindmap is ook goed te gebruiken bij andere vakken dan Nederlands.

Hieronder een voorbeeld van een mindmap, waarin je de onderdelen van het vak Nederlands kunt vinden. Het is niet te vergelijken met het verwerken van theorie/leerstof in een mindmap, maar het geeft een goed beeld van hoe zo'n mindmap er eigenlijk uitziet. (Klik op het plaatje om het te vergroten)

Monday, March 24, 2014

Informatie zoeken en verzamelen

Informatie zoeken Hoe moeten leerlingen informatie verzamelen? Vaak gaan wij docenten ervan uit dat zij het wel kunnen vinden op internet. Ze krijgen vaak de opdracht "Kijk maar op internet!" - maar, hoe moet dat eigenlijk? Vandaag heb ik een cursusje 'informatie zoeken' bekeken op internet en zelfs ik heb nieuwe dingen geleerd. Een aantal van die dingen is zeker ook nuttig voor leerlingen.
Hieronder een rijtje met nuttige tips voor leerlingen:
- Gebruik aanhalingstekens (" ") om naar een zin of aantal woorden als geheel te zoeken. Anders komen er ook websites in je zoekresultaten, waarop de losse woorden staan.
- Gebruik een plusteken (+) om aan te geven welk woord het belangrijkste is.
- Gebruik het minteken (-) om aan te geven welke woorden je niet terug wilt vinden in de resultaten. 

Vergeet niet tegen je leerlingen te zeggen dat niet elke website even betrouwbaar is. Op deze website kun je vinden waaraan je een betrouwbare website kunt herkennen. Je kunt zelf de belangrijkste punten eruit halen en deze vertellen aan je leerlingen, of je geeft de link en laat de leerlingen zelf kijken op deze website.

Informatie verzamelen Als ze dan allerlei informatie hebben verzameld, wat doe je er daarna mee? Een idee voor het verzamelen van informatie is de Boekenmaker van Wikipedia. Hier kunnen ze verschillende pagina's aanklikken die dan in hun boek komen. Zo worden de pagina's die nuttig zijn voor hen samengebundeld tot een boek. Onderaan deze pagina zie je een voorbeeld hiervan.

Let erop: Wikipedia is een website die niet altijd betrouwbaar is. Het boek is wel maar een tip. Als het gaat om onbetrouwbare informatie van Wikipedia, zul je een andere mogelijkheid moeten zoeken, die ook toe te passen is op andere websites.

Monday, March 10, 2014

ICT in de les

Tot nu toe heb ik vooral mijn eigen mening verteld en me georiënteerd op verschillende mogelijkheden van het ICT op school. Vandaag ga ik het meer hebben over de echte praktijk: hoe kun je dat dan toepassen in de les? Ik heb verschillende sites bekeken; ik noem er hier drie die mij aanspreken en waar ik ideeën bij heb voor de uitvoering door leerlingen.

De eerste website die ik heel leuk en goed vind voor leerlingen is de boekenzoeker.
Op deze website wordt de leerlingen gevraagd naar verschillende dingen, zoals leeftijd, hoeveel ze lezen en interesses. Naar aanleiding van deze criteria verschijnt er een rijtje met boeken, die als het goed is aansluiten bij de wensen van de leerling. Zo is het heel makkelijk om iets te vinden dat hen waarschijnlijk aanspreekt. Dat is belangrijk, want ik wil graag dat de leerlingen plezier hebben of krijgen in het lezen. Ook staat er per boek bij vermeld waarom leerlingen het zouden lezen. Daar staat een soort minirecensie, die de leerlingen kan overtuigen om dat boek te kiezen. Wel is het een nadeel dat er op deze website niet alleen maar Nederlandse schrijvers staan. In de onderbouw is dat op de meeste scholen geen probleem. Wil je deze website ook gebruiken voor de bovenbouw? Vergeet dan niet te vermelden dat de leerlingen eerst moeten opzoeken of de schrijver wel Nederlands is. Alleen voor de doorgewinterde lezers, categorie 'moet je gelezen hebben' staan de Nederlandse klassiekers vermeld. Het is aan de school / de docenten Nederlands wat de leerlingen mogen lezen en dus bepalen zij zelf ook zelf hoe bruikbaar deze website is.

Deze website gaat over jongerentaal. Dit is erg interessant, want jongeren zijn mijn doelgroep! Zelf zullen ze het ook leuk vinden dat er eens wat extra aandacht wordt besteed aan hun 'eigen ding'. Jongeren vinden dit meestal een interessant onderwerp. Dus wil je eens wat anders doen dan lezen, schrijven, spreken, grammatica etc.? Besteed een lesje aan jongerentaal! Dit hoort bij het onderdeel taalbeschouwing. Alle taaldocenten hebben hier iets over geleerd, maar ze doen er bijna nooit iets mee met hun leerlingen. Sommige lesmethodes hebben wel een klein paragraafje hierover, maar deze wordt vaak overgeslagen, omdat het toch niet getoetst wordt. Dit is erg jammer, want leerlingen vinden het vaak wel leuk en interessant.
Op de website staat een opdracht, zoals je hem aan je leerlingen kunt geven. Wel is het bedoeld voor havo-4, maar je kunt het uiteraard zelf aanpassen aan het niveau van de leerling. Ook is er een pagina voor de leerkracht op deze website, waar de leerdoelen van de les worden vermeld. Wil je wel een les geven met dit thema, maar niet deze specifieke opdracht gebruiken? Kijk dan onder het kopje 'infobronnen'. Daar staan verschillende links naar websites die hierbij aansluiten. Hier kun je kijken om inspiratie op te doen, dan kun je zelf een les ontwerpen met dit thema.

De laatste website die mij erg bruikbaar lijkt, is de website van TiO. TiO richt zich voornamelijk op schrijfvaardigheid. Het programma is in stapjes opgebouwd, de leerling begint bij de basis en gaat daarna steeds dieper op de stof in. Bij de eerste stap leert de leerling formuleren, een juiste zinsbouw toepassen en hier gaat het vooral om de inhoud van de tekst. Daarna maakt de leerling kennis met verschillende tekstvormen: zo leert hij betogen, brieven en samenvattingen schrijven. Bij de laatste stap wordt aandacht besteed aan deelvaardigheden die belangrijk zijn voor de schrijfvaardigheid: woordenschat, spelling en grammatica. Bij TiO kunnen leerlingen ook elkaars teksten beoordelen.
Deze website helpt dus om de verschillende onderdelen te koppelen (woordenschat, spelling, grammatica, schrijfvaardigheid), de leerlingen zijn ook op een leukere manier bezig met schrijfvaardigheid en er is aandacht voor feedback.

Ik vond het leuk om verschillende ideeën voor in de praktijk te bekijken en wie weet ga ik er wel een paar gebruiken!

Wat hebben mijn klasgenoten bedacht? Op deze letterlijke wall, hebben klasgenoten en ik onze ideeën gepost:

Monday, March 3, 2014

Boeken lezen: papier of digitaal?

Lopen de boekenwinkels leeg? Blijven papieren boeken bestaan? Vroeger hadden mensen een kast vol video's, daarna een kast vol dvd's... nu alleen nog maar een externe harde schijf, verstopt naast de tv. Daarop kunnen honderden films staan, gewoon, bestandjes! Boeken lijken dezelfde ontwikkeling te gaan doormaken als films (en muziek). De strijd tussen ouderwets papier en modern digitaal lezen is nu volop bezig.

Persoonlijk vind ik het leuk om lekker weg te kunnen kruipen met een boek. Van papier. Ouderwets de bladzijde omslaan. Het is leuk omdat je zo snel kunt zien hoe je vordert, ben je al halverwege het boek? Ook heeft het boek een mooie kaft en is het leuk als je boekenplank vol staat met leuke gekleurde boekenruggen. Of, kijk: ik heb de hele serie verzameld. Het zal niet lang meer duren voordat papieren boeken gezien worden als 'ouderwets' en alleen verzamelaars nog een volle boekenkast in hun huiskamer hebben staan. Dat vind ik zelf heel jammer. Als je een volle boekenkast thuis hebt staan en je krijgt visite, geeft dat misschien aanleiding tot een leuke discussie: "Hee, dat boek heb ik ook gelezen - wat vond jij ervan?"

Toch valt er ook te pleiten voor de digitale boeken. Ten eerste zijn ze een stuk goedkoper dan papieren boeken. Ten tweede hoef je maar één apparaatje mee te nemen, een dun, licht apparaatje. Het apparaatje, een tablet of e-reader, weegt al een stuk minder dan één papieren boek. Ik zeg niet voor niets zo nadrukkelijk: één, er kunnen namelijk véél meer boeken op de e-reader terecht - toch wordt het niet zwaarder. Dus, als je een boek begint te lezen op je e-reader, maar het valt tegen, dan kun je gewoon een ander boek lezen, want je hebt er meerdere meegenomen. Het scheelt ook een hoop ruimte in je huis; je houdt een lege kast over. 

Die lege kast is wel fijn voor ruimte, maar ik hoef geen extra ruimte. Zoals ik al zei vind ik het zelf juist leuk als je allerlei boeken zichtbaar in je woonkamer hebt. 

Tot nu toe heb je mijn mening gelezen; laat ik er nu eens wat feitjes bij halen. Op deze website lees je dat jongeren niet veel meer lezen. Wel is het zo dat de meeste jongeren (75%) van papier lezen, wanneer ze dan toch eens hebben gelezen. De jongeren die wel digitaal lezen, lezen niet het meest van een e-reader, hoewel dat wel  het beste apparaat is daarvoor. Deze jongeren lezen vanaf de computer, mobiel, e-reader en tablet - in deze volgorde. Dat is jammer, want de e-reader is het meest aan te raden om te gebruiken voor het lezen van boeken. Deze is namelijk speciaal daarvoor ontworpen en heeft een speciaal scherm dat beter is voor je ogen dan een tablet of andere apparaten. Daarnaast is een e-reader het best geschikt, omdat je op alle andere apparaten veel meer kunt doen dan lezen. Jongeren zijn dan geneigd te gaan multitasken, waardoor ze zich minder concentreren op het lezen en zich niet zo goed kunnen inleven in het verhaal. Wel is het zo dat de jongeren tijdens het multitasken, internetten e.d., verschillende dingen tegenkomen die hen op aansporen tot lezen, zoals reclames voor boeken, die vaak ook op andere soorten websites te vinden zijn. Jongeren zijn namelijk ook heel gevoelig voor aanbevelingen, voor tips van familie, vrienden, collega's. Zouden ze ook luisteren naar boekentips van docenten..? Of staan die niet dichtbij genoeg? "Docenten Nederlands móeten wel lezen, dat wil niet zeggen dat ik het ook  een leuk boek vind..."? Als familie en vrienden lezen doen ze dat geheel vrijwillig, uit ontspanning, omdat ze daar zelf voor kiezen - dat is voor jongeren misschien aannemelijker.

Ik zou dus toestaan dat ze digitaal lezen en zou ik daarvoor de e-reader het meest aanraden.

Hieronder staat een opdracht die je aan leerlingen zou kunnen geven over dit onderwerp.

Click here for larger version


Als je leerlingen dan een boek hebben gelezen, van papier of digitaal, moeten ze daarna meestal een boekverslag erover schrijven. Meestal moeten ze een saai verslag maken. Om er een origineel tintje aan te geven kun je bij een boekverslag de informatie van de schrijver ook laten verwerken door de leerlingen in een Fakebook. Hier zie je een voorbeeld: 

Monday, February 24, 2014

Digitaal vertellen

Vandaag ga ik onderzoeken wat digitaal vertellen inhoudt en zal ik hier een voorbeeld bij geven.

Digitaal vertellen is een nieuwe manier van het vertellen van een verhaal of het overbrengen van informatie, namelijk niet alleen door middel van tekst, maar ook door beeld geluid. Zo kun je filmpjes maken waarin je afbeeldingen of video's laat zien, waaronder je muziek of gesproken tekst zet.

Zoals Schooltv het heeft vormgegeven moesten de leerlingen eerst zelf een script schrijven, daarna zelf een filmpje maken, waar eventueel wel foto's tussendoor mochten, en dan het verhaal inspreken.

Digitaal vertellen sluit vooral aan bij het mediaonderwijs, maar past ook goed bij Nederlands. Als leerlingen namelijk het script schrijven, hun idee voor het filmpje op papier zetten, zijn ze bezig met schrijfvaardigheid. Als ze de filmpjes inspreken en evt. feedback geven op elkaar, is er aandacht voor kijk - en luistervaardigheid. Daarnaast past het verhalen schrijven en bekijken natuurlijk ook goed bij het onderdeel fictie.

Bij het vak Nederlands is het daarom interessant om eerst apart aandacht te besteden aan deze onderdelen: schrijven, kijken en luisteren. Zo weten ze goed wat er van hen wordt verwacht en op welke manier ze een script moeten schrijven en hoe ze feedback moeten geven.

Ook kun je hier heel goed een transfer maken naar een ander onderdeel van het vak Nederlands, of naar een ander schoolvak. Zo kun je hen een script laten schrijven over een onderwerp dat past bij geschiedenis of biologie etc. Een idee voor een filmpje dat bij het vak Nederlands past: laat hen een filmpje maken van een boek dat ze hebben gelezen, waarin kort wordt weergegeven waarin het verhaal over gaat, of, laat hen een filmpje maken of afbeeldingen zoeken bij de songtekst van een nummer. Afbeeldingen zullen waarschijnlijk passen bij de letterlijke woorden, een filmpje kan de gebeurtenissen vastleggen en zou dus kunnen gaan over de betekenis van het liedje.

Digitaal vertellen kan natuurlijk ook op andere manieren dan met een filmpje, zoals met plaatjes en toch nog een klein beetje tekst: een strip!

Hieronder een voorbeeld van zo'n stripverhaaltje:

http://Pixton.com/ic:n2tsb1zs

Monday, February 10, 2014

Oriëntatie op weblogs

In dit eerste artikel ga ik mij oriënteren op weblogs. Wat zijn weblogs en wat kunnen mijn leerlingen en ik ermee op school?

Het woord weblog is een samenstelling van web, dat verwijst naar het internet, en log, dit komt van logboek. Een weblog is dus een digitaal logboek, waarin ervaringen, nieuwtjes en meningen staan. De berichten staan op datum; het nieuwste staat altijd bovenaan. De informatie op een weblog is dus vrijwel altijd actueel.
Er zijn verschillende soorten weblogs: je hebt een nieuws weblog (een soort online krant), een opinie weblog, een fun weblog (met grapjes of rare feitjes) en en life weblog (online dagboek). Daarnaast zijn er nog een aantal soorten weblogs die passen bij een bepaalde levensstijl, zoals het bedrijfsleven. Die zijn voor mij uiteraard niet interessant. Ik ga me richten op weblogs in het onderwijs.
De bovenstaande soorten weblogs bevatten allemaal tekst. Er zijn echter ook andere vormen blogs dan het geschreven blog, zoals videaoblogs, moblogs (fotoblogs, waarbij de foto's met een mobiel gemaakt zijn) en edublogs. De edublogs zijn dus voor mij interessant! Dit zijn namelijk blogs voor of door scholen geschreven.

Maarten Kremer heeft de mogelijkheden van weblogs in het onderwijs onderzocht
(Kennisnet, Informatiewijzer Weblogs in het onderwijs)
Hij concludeert dat weblogs een toegevoegde waarde hebben voor het onderwijs. Leerlingen leren/lezen hiermee:
- kritisch nadenken
- zichzelf schriftelijk te verwoorden
- bijdragen van anderen
- op een goede manier reageren op anderen

Door weblogs zijn leerlingen meer betrokken en beter gemotiveerd, omdat ze zelf verantwoordelijk zijn voor het weblog.

Behalve voor leerlingen is een weblog ook leuk voor docenten om met elkaar te discussiëren over de moeilijkheden van leerlingen bij hun vak, of over de laatste ontwikkelingen binnen hun vakgebied.
Bij het vak Nederlands zou je het dus kunnen hebben over de taalfouten die veel Nederlanders tegenwoordig maken, of over het belang van spelling, dat steeds minder groot wordt. Het is leuk, en misschien ook nuttig, om de mening van anderen hierover te horen. Als de weblog voor collegadocenten Nederlands is, krijg je dus de mening van mensen die er ook echt verstand van hebben. Je kunt ook zo'n weblog laten inzien door je leerlingen, of een artikel schrijven waar je leerlingen op kunnen reageren - soms is het ook interessant om hun mening te horen daarover.

Er zijn bij het vak Nederlands ook weer aparte soorten weblogs, zoals een literaire blog (litblog). Bij een litblog komen onderwerpen aan bod die betrekking hebben op de literaire cultuur. Daarbij kan het alleen over de literatuur zelf gaan, of je kunt er een persoonlijke reflectie geven op de literatuur of op de blogs van bibliothecarissen, leesgroepen e.d. Zij benaderen de literatuur weer vanuit een heel ander perspectief.

Op een literair blog kan ook een platform staan waarbij kan worden gediscussieerd over boeken, over literatuur. Dit is ook leuk voor leerlingen!

Op deze website vind je veel handige informatie om ICT te gebruiken bij het vak Nederlands. Hier wordt gezegd dat blogs vooral goed te gebruiken om literatuurlessen te ondersteunen.

Er zijn verschillende websites waarbij je zelf een weblog kunt maken. Uiteraard is dit, Blogger, er één van. Er zijn echter vele andere mogelijkheden, zoals Bloggers, Bloggertje of Loggy. Dit zijn maar enkele suggesties - als je op Google zoekt op de zoekterm 'een weblog maken' komen er talloze mogelijkheden om zelf je weblog te maken. Deze, Blogger, hoort bij Google en is daarom heel handig als je ook een Google-account hebt. Daarnaast is het ook makkelijk in gebruik.
Er zijn ook websites waar je weblogs kunt maken die zich richten op tieners, onze doelgroep. Voorbeelden hiervan zijn Kidblog, Pimpblog, Readmylife.
Uiteraard moet je als docent eerst goed uitzoeken welke website past bij jouw leerlingen en bij het lesdoel van het laten schrijven van een blog.

Sommige websites hebben een soort handleiding bij het maken van de weblog. Ik zal ze niet allemaal erbij zetten; dit is die van Blogger.

Deze website is een goed voorbeeld van een weblog over het vak Nederlands. Als ik deze bekijk, vind ik dat deze er erg mooi en overzichtelijk uitziet. Er staat ook veel informatie op die heel nuttig is voor onze leerlingen. Zo staat er een verwijzing naar een website, en dan staat er in het kort beschreven wat er op die website staat. Dit is heel handig voor leerlingen.
Ik ben echter wel van mening dat op deze blog alle informatie nuttig is voor leerlingen. Het maakt dus niet uit dat het meest actuele bovenaan staat, voor de leerlingen maakt het dus niet uit of het actueel is of niet, want het is allemaal belangrijk voor hen!

Een weblog is hartstikke leuk, maar het kan wel veel tijd kosten. Uit onderzoek is gebleken dat het van toegevoegde waarde is op het onderwijs en op het leren van onze leerlingen. Daarom zou het fijn zijn als we het kunnen toepassen. Als je de tijd kan vinden, zou het leuk zijn als je het kunt gebruiken als een soort logboek. De leerlingen kunnen hier alle aantekeningen met elkaar delen. Zo kun je een leerling aanwijzen die van die dag, of week, alles bijhoudt. Daarnaast kan die ook een stukje schrijven over wat hij heeft geleerd of wat hij vond van de les. Zo is het handig voor de hele klas, maar ook voor de docente. Je kunt de persoonlijke stukjes aan het eind van het jaar of de periode beoordelen, zodat je de blog kunt koppelen aan het vak Nederlands. Wat je ook kunt doen: als docent zelf een blog bijhouden, waarop je de uitleg van die les schrijft, en de leerlingen kunnen daarop reageren als ze vragen hebben. Je kunt daar een regel bij instellen, bijvoorbeeld dat de leerlingen elke maand een keer erop moeten reageren, zodat de leerlingen er ook actief mee bezig blijven. Anders heb je er alleen als docent extra werk aan, terwijl de leerlingen er niet naar omkijken.